Geneeskunde door de eeuwen heen  
   
line decor
 
line decor
Inleiding Medische geschiedenis
van Ziekteleer tot Geneeskunst
Opleidingen
Het Heilige Roomse Rijk
De Gilden
Renaissance
Diagnostiek
Ziekenhuizen
De Franse Revolutie
19e eeuw
Tijdlijn
Reactie formulier
 
Naar hoofdpagina
   

Van Ziekteleer tot Geneeskunst

 

De Grieken legden de basis voor de ziekteleer. Samen met de Arabische cultuur
kwam zij naar Europa en tot de 16e eeuw bepaalde de Humorenleer de aanpak
van de heren doctores, de chirurgijns en de apothekers. In de Hollandse Gouden
eeuw waren er grote ontwikkelingen op medisch gebied in ‘Nederland’ en Europa.
Tijdens de bezetting van de Fransen (1795-1813) ging alles op de schop: de gilden werden opgeheven en de opleidingen en regeringen veranderden.
Een chaos. Pas vanaf 1830 begon zich weer een positieve trend in te zetten op medisch gebied.

De Humorenleer
Heel lang was de leer van Hippocrates de basis van ziekteleer. Hij ging uit van het
herstel van het van het verloren evenwicht in het lichaam.
Deze Griekse geneesheer van Kos stelde dat het lichaam zelf de stoffen tot genezing in zich had. Zijn lijfspreuk was: ‘Natuur is de beste heelmeester.’
Deze zogenaamde “Humorenleer” ging uit van vier elementen waar alles uit samengesteld was, aarde, vuur, water en lucht. In combinatie met de vier lichaamsstoffen bloed, slijm, gele gal en zwarte gal werd de diagnose gesteld. Bij ziekte was het evenwicht tussen deze stoffen verstoord. Men keek tot welk type de patiënt hoorde en bepaalde de behandelmethode.
Bij te veel bloed zette men bloedzuigers. (werd ook gebruikt om het bloeden te laten
stoppen en het vormen van mooie littekens).Bij te veel zwart gal waren er tumoren,
bij te veel slijm: had men reuma.
Maden werden gebruikt om een wond mooi schoon te maken.

                                                                                                                                      
Galenus van Pergamon leefde rond 150 na Christus en werkte de leer van Hippocrates verder uit. Hij verzamelde alle gegevens rond ziekte en behandeling en beschreef ze.
Dit is de basis van de Westerse en Islamitische geneesleer geworden. Galenus geldt als de grootste uit zijn tijd. Hij liet een schat aan geschriften na. Tot laat in de Middeleeuwen werden deze gebruikt. Het voelen van de polsslag bij een patiënt kwam van hem. Hij wordt meestal beschreven als wat we nu een egotripper zouden noemen, maar uit zijn beschrijvingen van de vele casus blijkt dat hij een man was die goed luisterde naar wat er in de patiënt omging en wat precies zijn klachten waren.
De ziekten van de middeleeuwen waren lepra, pest, tering(tbc) schurft, belroos miltvuur, trachoom en vallende ziekte.

In de Middeleeuwen was de patiënt afhankelijk van de Goden. Men was leek op kerkelijk gebied