Geneeskunde door de eeuwen heen  
   
line decor
 
line decor
Inleiding Medische geschiedenis
van Ziekteleer tot Geneeskunst
Opleidingen
Het Heilige Roomse Rijk
De Gilden
Renaissance
Diagnostiek
Ziekenhuizen
De Franse Revolutie
19e eeuw
Tijdlijn
Reactie formulier
 
Naar hoofdpagina
   

Renaissance

 

Van Renaissance naar Verlichting

Vóór de Renaissance was de wetenschap vrijwel geheel gebaseerd op een relatief klein aantal traditionele boeken en schrijvers. Dat was in de eerste plaats natuurlijk de Bijbel, maar daarnaast ook een aantal Griekse en Romeinse schrijvers zoals Plato, Aristoteles en Galenus. Het werk van de geleerden bestond uit het geven van commentaren op deze boeken en het toepassen van deze werken op actuele situaties.
De humanisten vormden de eerste groep die zich tegen dit strakke corpus verzette. Ze braken niet met de traditie van het zich baseren op klassieke werken, maar stelden dat op bepaalde punten fouten zaten in de vertaling vanuit het Grieks (of voor het Oude Testament het Hebreeuws) in het Latijn. Om dit te omzeilen moest men bronnen die zo dicht mogelijk bij de originele tekst stonden raadplegen. Latere toevoegingen en uitleggingen werden als veel minder belangrijk beschouwd. Daarnaast wilden de humanisten ook andere schrijvers en geleerden aan het gezaghebbende corpus toevoegen.
Andreas Vesalius sneed zelf in lijken ter onderzoek van de anatomie, en kwam tot de conclusie dat Galenus op bepaalde punten fout was geweest. Desondanks was de invloed van de Renaissance op het ontstaan van de moderne wetenschap niet alleen bepalend geweest. De wortels daarvan moeten al eerder bij de middeleeuwse universiteiten gezocht worden.

Renaissance (ca 1400-1600)

Renaissance betekent wedergeboorte, het begin van een nieuwe tijd. Men greep terug naar de Oudheid (Grieken en Romeinen) en de mens stond meer centraal. Men wilde ook een prettig aards bestaan.
Het ontstaan van het Calvinisme zorgde samen met het Humanisme voor een andere kijk op de beleving van ziek zijn. God (kerk) en wereld lagen verder uit elkaar, en de mensen waren zelfbewuster. Een nieuwe stroming ging de planeten bestuderen en gaf aan dat zij invloed hadden op het welzijn van de mens.
Men keek weer naar Galenos en naar de klassieken: Aristoteles,  Pythagoras en vermengde dit met het Humanisme.

We maken een sprong naar Holland en lezen bij Gerard Brandt (1626-1685): In medische zin had men zieken niets te bieden. Voorop stond het verzachten van het lijden, zieken in de gaten houden en verzorgen.”Ende wat goets seggen.”  Taak was ook dat men goed te eten kreeg!

p1
Afbeelding van de Universiteit van Gent          

In de Renaissance werd de patiënt  afhankelijk van de humorenleer, macrokosmos microcosmos, zijn temperament en vooral van de deskundigen die dit konden duiden.

Naast alle geleerdheid bestonden ook de geneeskruiden en toverkruiden.
Monniken bewerkten van oudsher hun botanische tuin.
De vroedvrouw, of wijze en vroede vrouw bood hulp bij ziekte en ongemak.
Prof.Korst                                                                                                       
Toch lieten de Heiligen een leemte achter die werd opgevuld door astrologie en kruiden.

                                                                                                      
p2 

In de Renaissance was de lepra verdwenen en syfilis kwam erbij. In het midden van de 17e eeuw kwamen de pestilentiën , de Spaanse pokken en andere ziekten en plagen. De kloof tussen arm en rijk was heel groot. De bevolking groeide  en er ontstond een strengere en hardere maatschappij. Calvinisten waren streng. Er werden grenzen gesteld aan de opname in gasthuizen of diaconiehuizen.
Mensen met syfilis wilde men niet hebben: Of men “voor soodanige vuyle mensen mogt worden geëxcuseerd”

p3   sifilis

                                                                                                                                   

Mensen met ‘Spaanse of vuile’ pokken kwamen onder behandeling van een pokmeester of werden verzameld in een pesthuis of pokhuis. De syfilis patiënten kregen vreselijke behandelingen: de smeer, kwijl of zweetkuren. Prostituees met syfilis werden 2 jaar opgesloten in een werkhuis en hadden weinig recht op mededogen. Turf, spin, werk of rasphuizen. Ook Psychisch gestoorden en gehandicapten werden opgesloten; de maatschappij werd onverdraagzamer.

Rond 1747 werden zinnelozen samen met bedelaars, havelozen en dieven opgesloten in het pest of dolhuis.  De onmaatschappelijken waren ook de werkschuwen en de
onnuttigen. Iemand die arm was behoorde niet tot deze groep.
De stadsdoctoren hadden heelmeesters, vroedvrouwen  apothekers en een gasthuis tot hun beschikking. Op het platteland bleef de situatie slecht; er woonden weinig chirurgijns en nog minder doctoren. De rondreizende chirurgijns boden een uitkomst. Zelfs later in de Franse tijd zou dit niet veel beter zijn. Zeker niet in West Friesland waar sommige gebieden slecht bereikbaar waren. Op de lijsten van dienstdoende medici rond 1812 van het arrondissement Hoorn in het Departement van de Zuyderzee is dit duidelijk waarneembaar. (voor deze 'lijsten' van alle doctoren, chirurgijns vroedvrouwen en apothekers werkzaam in het Departement van de Zuyderee arrondissement Hoorn, zie elders op deze site)

Tijdens de 18e eeuw werd de kloof tussen arm en rijk nog groter, vooral na 1770. Daarom waren de Kerk, het Stadsbestuur en de overgebleven Gilden genoodzaakt om in samenwerking met "particulieren" op den duur, vooral tijdens de tweede helft van de 18e eeuw een soort "sociaal plan" te volgen om de ergste armoede en eventuele kwade gevolgen daarvan te beteugelen. Naar: P.J. Feij